Margriet 2

De bewoonster van Margriet 2 is Klaartje. Zij is een oud vrouwtje die heel veel van kruiden en de natuur weet. Ze heeft een eigen moestuin met heel veel planten en bloemen. En mocht er iemand van de kabouters ziek worden dan weet zij altijd wel een drankje of zalfje te maken van de planten om haar heen.

Heerlijke soep

Wat is het toch lekker weer. Door het lekkere zonnetje zijn de plantjes weer gaan groeien. En dan ga ik meestal weer blaadjes plukken om soep van te maken. Vannacht was ik op zoek naar verse brandnetelblaadjes. Deze moet ik altijd heel voorzichtig plukken, want de haartjes van de plant zorgen anders voor veel jeuk. De bovenste blaadjes zijn altijd het lekkers maar dan kan ik niet bij. Daarom had ik Tom en Gert gevraagd of zij mij konden helpen. Tom gooide een touw om de grote brandnetel en samen met Gert trokken zij de top naar beneden. Zo kon ik de bovenste blaadje plukken. Bij de tweede plant gebeurde iets vreselijks. Tom en Gert hielden de plant gebogen met een strakgespannen touw. Met zijn tweeën konden ze hem net gebogen houden. Toen gebeurde het. Plotseling ging er een grote mug bij Gert in zijn nek zitten. Van schrik liet Gert en het touw los. En door de spanning van het touw werd Tom gelanceerd. Hij vloog wel een meter door de lucht. Helaas voor hem kwam hij bij zijn landing precies op een brandnetel terecht. Zijn benen zaten vol met prikkelende haartjes. Gelukkig weet ik een middeltje tegen de jeuk. Je plukt wat Breede Weegbree en kneust deze een beetje. Daarna wrijf je de Weegbree over de zere plek en de jeuk verdwijnt dan snel. Tom voelde zich snel weer beter.

Ik denk dat ik hem vandaag maar een kommetje soep ga brengen.

De Zware Storm

Het was een stormachtige dag geweest. In de avond had Klaartje de frisse wind nog graag verwelkomt in haar huisje, waar ze overdag zo had liggen zweten, maar zodra de eerste dikke regendruppels begonnen te vallen besloot ze dat ze maar binnen zou blijven. Op droge grond kon ze zich met een wandelstok wel redden, maar als het zo nat was, durfde ze niet. Gelukkig had ze nog een goed boek liggen met tips voor gerechten met de kruiden die ze zelf verbouwden. Als ze dan niet in haar tuintje kan werken, kon ze er gelukkig over leren. De wind trok op en beukte tegen de deur, maar in haar grote, oude boomstam wist ze dat ze niks te vrezen had.

Tegen de schemering werd het eindelijk droog. Nu het eerste licht aanbrak, maar er nog geen mensen haar konden zien, wilde Klaartje graag nog even naar buiten. Een frisse neus halen, een stukje lopen, misschien even naar haar kruidentuintje kijken. Ja, dat ging ze doen! In haar kruidentuintje werken. Ze pakte haar riek, iets wat mensen wel eens een vork hadden genoemd, en haar schepje, wat mensen wel eens gebruikte om koffie mee te roeren, en ging op pad, voorzichtig leunend om de riek om niet uit te glijden.

Bij haar kruidentuintje aangekomen, schrok ze zich een hoedje. De wind van die nacht had haar misschien niet kunnen raken in de dikke boomstam, maar haar tuintje had minder gelukt. Daar was een grote tak op gevallen! De hondsdraf lag helemaal op zijn zij en de kamille, met de vele bloempjes waar ze zo trots op was, was amper te zien onder het hout! Tranen begonnen in haar ogen op te wellen. Al haar harde werk om dit stukje grond om te woelen, om uit de tengels van de grote grasmaaier te blijven, en zorgen dat geen honden hun behoefte over haar bloemetjes deden: en nu moest ze opnieuw beginnen!

“Goedemorgen Klaartje!” zei Tom opgewekt, op zijn weg terug van werk. Maar zodra hij zag dat Klaartje had gehuild, verdween zijn lach. “Gaat het wel?”

“Mijn tuintje is verpest!” antwoordde Klaartje met een snik. “De bloempjes lagen er net zo mooi bij en nu moet ik een nieuw stukje grond gaan zoeken!”

“Oh nee, wat vervelend!” zei Tom, die de tak nu pas zag. Hij gaf Klaartje een dikke knuffel. Over haar schouder keek hij naar het tuintje. De kamille was verloren, maar hij zag dat de brandnetel nog rechtop staan en ook het duizendblad zou het ook wel overleven. Hij liet Klaartje los en wees erop. “Het is een vervelende tak, maar dit is echt nog wel te redden, hoor!”

Klaartje keek op, maar schudde toen haar hoofd. “Om daarbij te komen, moet ik helemaal over de tak klimmen. Daar ben ik toch veel te oud voor, lieve Tom.”

Tom knikte bedenkelijk. Eromheen lopen was ook niet te doen voor Klaartje, de tak was veel te lang. Toen viel zijn blik op de bijl die hij had gebruikt voor werk, en begon weer te glimlachen.

“Weet je, morgen ben ik vrij. Dan kan ik wel kijken of ik een stukje tak weg kan halen, dan kan je weer bij je tuintje!”

Klaartje was nog een beetje sceptisch: “en hoe krijg je die tak dan weg? Hij is echt heel zwaar!”

Tom wuifde haar commentaar weg. “Mijn man, Gert, is héél sterk. Samen lukt dat wel. Ga nu maar lekker slapen, morgen rond zonsopgang kan je weer in je tuintje werken!”

Die dag sliep Klaartje onrustig. Ze maakte zich zorgen om haar tuintje en het regende weer hard. ’s Avonds wilde ze naar buiten om Tom en Gert te begroeten, maar ze kon amper uit haar huisje zonder uit te glijden.

“Blijf maar lekker binnen, Klaartje! We halen u wel als we klaar zijn!” riep Tom naar haar. Mopperend op het slechte weer, ging ze maar weer binnen zitten. Echt rustig kon ze niet lezen: ze wilde weten wat er gebeurde! Ze hoorde gezaag en gehak. Lage mannen stemmen en heel veel puffen en huigen van het zware werk. Toen begon het rollen. Ze zouden de tak toch niet helemaal over al haar planten heen rollen?! Ze wilde weer gaan kijken, maar hield zichzelf tegen: ze kon toch niet helpen. En de mannen waren zo lief om haar tuintje weer op te knappen, ze moest hen vertrouwen.

De zon kwam alweer bijna op, toen Tom en Gert haar kwamen halen. Gert was inderdaad een kop groter dan Tom en heel sterk. Hij hielp Klaartje om door het drassige gras naar het tuintje te lopen. Daar aangekomen begon ze weer te snikken.

“Wat is er, Klaartje? Hebben we het niet goed gedaan?” vroeg Tom bezorgd.

“Jullie hebben het prachtig gedaan,” zei Klaartje zacht. En dat was zo: aan beide kanten van haar tuintje was de tak doorgezaagd. Het dikke stuk hout was weggerold. De kamille en hondsdraf lag er nu alleen maar zieliger bij. Gelukkig kon de nu wel naar de rest van haar tuintje. De helft lag er nog heel mooi bij en tja die andere helft, dat kwam wel weer. Het weggerolde hout lag nu naast haar tuintje en er was iets in gegrafeerd, ze liep er heen. ‘Klaartjes Kruidentuin’ stond er. Een grote glimlach kwam op haar gezicht.

“Dank jullie wel, jongens, het ziet er geweldig uit,” zei ze nogmaals. “Jullie moeten wel heel sterk zijn, om hem zo weg te rollen!”

“Dat was vooral door Gert,” zei Tom, trots en gaf hem een kus op de wang.

 “En dat graveren, wat een geweldig idee!” voegde ze eraan toe.

“Dat was dan weer Tom,” zei Gert, en gaf hem een dikke kus terug.

Klaartje glimlachte om de liefkozing. “Kom alsjeblieft snel op de thee, zodat ik jullie terug kan betalen in verse taart!”

“Kamille thee?” vroeg Tom onschuldig.

Klaartje kon er nu wel om lachen.  “Dat dan weer niet.”