
Vader Teun en moeder Roos wonen in dit kabouterhuis met hun 5 kinderen:
Doris is10 (mensen) jaren, Anna is 8 jaar, Finn is 6 jaar, Klaas is 4 jaar en Puk is de ukkepuk van 2 jaar oud.
Het is vaak druk in de het huisje van Teun en Roos. Er wordt gelachen, gehuild, gestoeid, gegeten en gedronken, gespeeld, geleerd, geslapen en gezorgd. Je hoeft je er nooit te vervelen.
.
We kunnen er niet uit!
Op een avond wilde vader Teun de deur van hun huisje openen. Hij wilde een emmertje regenwater halen om thee te zetten voor het ontbijt. Teun duwde tegen de deur aan, maar die ging niet open. Dat was vreemd!! Kabouters doen hun deur van binnen nooit op slot. Nu gebruikte hij al zijn kracht om de deur open te krijgen en de deur ging een heel klein beetje open. Niet verder dan een kiertje. Maar het stonk wel meteen overal in het huisje.
Doris werd er zelfs wakker van (kabouters slapen overdag en leven ’s nachts) en vroeg; “Papa heb je een scheetje gelaten?”
Anna kwam naast Doris rechtop zitten en zag dat het al helemaal donker was in het huisje. Meestal was het in de zomer nog schemerig wanneer de kabouters opstonden. Ze keek door het raam en schrok zich een hoedje: “Bah!!! Papa en mama!!! Poep!!! Er ligt een grote berg poep voor onze deur!!! “
Nu was iedereen wakker.” Doe de deur dicht, laat de ramen dicht!” riep moeder Roos hard. ” We willen niet nog meer stank in huis!!”
“ Mensen doen de poep van hun honden toch in een zakje?” vroeg Anna verbaasd.” Hier in de Margriet gelukkig meestal wel,” zei vader Teun, “Maar nu dus een keer niet…….”
Wat moesten ze nu doen? Ze konden niet uit hun huis. De kabouterfamilie kon ook niet de brandweer bellen of hun buurmannen appen, want ze hadden geen mobieltjes…..
Finn probeerde of hij door het raam naar buiten kon klimmen. Dat lukte! Langs de stengel van een blad van een plataan gleed hij naar beneden. Daar zag hij dat de hondendrol twee keer zo hoog was dan hij zelf was. Hij hield zijn muts voor zijn mond en neus; bah wat was dat vies! Hij riep naar zijn familie in het huis: “Wat moet ik nu doen, de berg is zo groot!!”
“Loop even naar het huisje van Klaartje,” riep zijn moeder terug, “Misschien weet zij wel raad.”
Klaartje was een oud kaboutervrouwtje en ze woonde een stukje verderop. Ze wist alles van planten en kruiden. Klaartje had vanuit haar tuintje al gezien wat het probleem van de familie van Finn was. Ze gaf hem een hele grote bundel gepekelde zuring mee en zei dat ze dit aan alle kanten over de hondendrol moesten gooien.
Finn rende terug naar huis en samen met zijn familie gooide hij alle planten over de poep. Na een half uurtje wachten was de hele grote vieze berg gesmolten. De deur kon weer open!!!
De gesmolten poep werd voor deze nacht bedekt met mos. Alle kinderen hielpen mee met het zoeken naar mos. Zelfs Puk, want ze kon goed lopen. En daarna konden ze eindelijk, het was al middernacht met de rest van hun nacht beginnen. Het was een avond die ze niet zouden vergeten.
